Nieuwsbrief 2 / 2012

OVER DE SITUATIE IN MALI.  
                            
 Ineens is Mali in het nieuws, maar jammer genoeg niet omdat het er zo goed gaat.
  
 
Hoe kon het zover komen?
Half maart vond een staatsgreep plaats waardoor de zittende president Amadou Toumani Touré (ATT) het veld moest ruimen. In februari waren de Toearegrebellen vanuit Libië via Algerije al het noorden van Mali binnengevallen; ze ondervonden weinig weerstand van het Malinese leger, want dat was slecht georganiseerd en slecht bevoorraad. Hierdoor en door de nasleep van de staatgreep konden de rebellen in recordtijd de rest van het noorden veroveren en riepen zij een onafhankelijke staat uit, genaamd Azawad. Azawad beslaat ongeveer 2/3 deel van Mali; een gebied zo groot als 22 x Nederland.

 
Al eeuwenlang trekken ze met hun vee, hun kamelen en handelskaravanen door dit gebied zonder zich aan grenzen te hoeven houden. Ze hebben altijd graag meer autonomie willen hebben.

Tussen 1963 en 2009 waren er 3 opstanden voor meer autonomie en iedere keer werd er onderhandeld en beloofde de Malinese regering meer te investeren in de ontwikkeling van het noorden; niet alleen in het belang van de Toearegs, maar ook voor de Sonrai, Peul en Moren, die in het gebied wonen.

Maar het bleef meestal bij beloftes en werd er weinig gedaan aan de ontwikkeling van wegen, onderwijs, gezondheidszorg, drinkwatervoorziening en werkgelegenheid. Dat leidde tot extreme armoede en langzaamaan liepen de frustraties dan steeds weer op. Men voelt zich door de overheid genegeerd en aan hun lot overgelaten.

Nadat er ontvoeringen waren geweest in Niger en Mali werd het noorden van Mali tot onveilig gebied verklaard. Dat gaf de doodsteek aan het toerisme; het inkomen van heel veel mensen, die een aantal maanden per jaar met dat toerisme hun brood verdienden, viel weg.

 

 

Rebellen Groeperingen

In de jaren 1970 vertrokken honderden jongeren richting Libië ( toen een welvarend land) om er werk te zoeken. Daar werd hen een goed betaalde baan aangeboden in het leger van Khadaffi; met dat salaris konden zij hun familie in Mali onderhouden.Maar na de val van Khadaffi kregen deze huurlingen geen geld meer en vertrokken zij richting Mali; onderweg plunderden ze allerlei wapendepots en kwamen ze goed bewapend Mali binnen.

 

Er zijn twee belangrijke rebellengroeperingen met verschillende doelstellingen:

De MNLA (Mouvement National de Liberation de l’Azawad) is een toeareggroepering; het is een samengaan van de MNA, een groep jonge intellectuelen en politieke activisten, de ATNM (Alliance Touareg Niger Mali) en de oude garde die onder Khadaffi heeft gediend.  Zij vinden dat de regering hen in de afgelopen jaren behoorlijk in de steek heeft gelaten; dat corruptie, omkoping, vriendjespolitiek en zakkenvullerij bij de regering en de ambtenaren ervoor gezorgd hebben dat het noorden van Mali niet tot ontwikkeling is gekomen.

Daarom wil de MNLA zelf het heft in handen nemen en zich van Mali afscheiden om hun eigen, onafhankelijke staat AZAWAD te ontwikkelen. Zij wijzen elke vorm van religieuze onverdraagzaamheid af en zeggen dat "een radicale islam zich niet verdraagt met de toeareg cultuur.

 

Dat is anders bij ANSAR DINE (betekent "verdediger van  de islam”).

Deze groepering heeft behalve Malinezen ook Noordafrikanen en andere nationaliteiten in zijn gelederen. Het is een radicale moslimgroepering, die niet specifiek een aparte Toeareg Staat wil, maar heel Mali tot een islamitische staat wil maken, waar de sharia (islamitisch recht) wordt ingevoerd. De sharia heeft deze groep al ingevoerd in Timboektoe en dat betekent dat de vrouwen een sluier moeten dragen, dat zij niet meer naar de markt mogen gaan zonder hun man, dat meisjes niet meer naar school mogen gaan en dat radio, t.v., muziek, voetbal, film, roken zijn verboden.

Dat is niet wat de Malinezen willen. Zij zijn als gelovige moslims opgevoed, maar ze zijn tegelijkertijd heel verdraagzaam. Ze zijn gewend aan verscheidenheid; aan diverse stammen met hun eigen taal  en hun eigen kleding, aan  vrouwen zonder sluier en aan het hebben van vrijheid – dat willen zij zeker niet verliezen.

Van beide groeperingen wordt gezegd dat ze banden hebben met Al Qaida/AQMI en daar ook hun geld en wapens van krijgen; de MNLA ontkent dit.

 

In diverse media zijn er toch de nodige vragen over de oorzaak van deze crisis. De Arabische Lente en de val van Khadaffi hebben er zeker mee te maken; de drugshandel en transport van Soedan naar de Sahara waarschijnlijk ook.

Sommigen denken aan een oliecomplot. In het noorden van Mali is een enorm olieveld ontdekt en Frankrijk of Amerika zou dit gebied in handen willen krijgen en daarom de rebellen steunen. En er is een uraniumveld gevonden.